Waar woont Sinterklaas als het geen december is? In een oud kasteel in Spanje, hoog op een heuvel tussen de sinaasappelbomen. De voormuur is er even afgehaald, zodat je dwars naar binnen kunt kijken, net als bij een poppenhuis. Klik op een kamer en kijk wat er gebeurt. En wie de boekenkast in de bibliotheek een duwtje geeft, ontdekt iets wat eigenlijk geheim is.
Kijk in het kasteel van Sinterklaas
Oeps, het was niet de bedoeling dat je dit zou zien.
Je hebt nog geen plek ontdekt. Er zijn er tien, eentje is geheim.
Klik op een kamer in het kasteel. Met de muis, of met de tabtoets en dan Enter. En vergeet de boekenkast niet.
De bibliotheek
Dit is de allerstilste kamer van de Sint. Op de lessenaar ligt het Grote Boek altijd open, want hij schrijft er bijna elke dag wel iets in. De boekenkast staat vol met alle delen van vroeger, sommige zo oud dat de kaft bijna uit elkaar valt. Als het buiten regent zit hij hier het liefst, met een kaarsje aan en een dekentje over zijn knieën. Hou je zelf ook van lezen? Dan vind je vast een mooi verhaal tussen de Sinterklaasboeken.
In dit hemelbed slaapt de Sint het hele jaar heerlijk uit, behalve in november, want dan ligt hij meer wakker van de spanning dan dat hij slaapt. Zijn mijter legt hij 's avonds op het nachtkastje, netjes rechtop, zodat hij 's ochtends niet gekreukt is. Door het ronde raampje kijkt hij naar de sinaasappelbomen tot zijn ogen vanzelf dichtvallen.
De werkkamer van de Sint
Hier zit de Sint aan zijn bureau met een grote ganzenveer en een pot inkt. Aan de muur hangt zijn rooster, zodat hij precies weet welk dak wanneer aan de beurt is en niemand vergeten wordt. De stapel brieven wordt elke dag hoger, want er wordt heel wat aan de Sint geschreven. En dat is fijn, want elke brief leest hij zelf, echt waar.
In de keuken staan de pannen bijna de hele dag te dampen. Hier maken we warme chocolademelk voor koude avonden, en we roeren het deeg voor de pepernoten. Het ruikt er naar kaneel, anijs en gember, en er staat altijd wel een Piet met een houten lepel te wachten of hij alvast een keertje mag proeven.
Aan het rek hangen achtenveertig precies dezelfde rode mantels, allemaal even rood, allemaal even lang. En toch weet Kamerpiet elke ochtend haarfijn welke de lievelingsmantel van de Sint is. Hoe ze dat doet, wil ze niet verklappen. De mijters staan op een rijtje op de plank, keurig op maat gesorteerd, van gewoon groot tot allergrootst.
De stal van Ozosnel
Dit is het knusse plekje van Ozosnel, het witte paard van de Sint. Er ligt altijd vers hooi in de ruif en 's avonds borstelen wij zijn manen tot ze glanzen. Hij is het liefste paard dat er bestaat, maar hij houdt niet van dichte deuren, dus die van zijn stal staat het hele jaar open.
Je hebt hem gevonden! Achter de boekenkast staat een kast vol pepernoten, en niets anders dan pepernoten. Bruine, kruidige, versgebakken pepernoten, in jute zakken en in grote glazen potten. Wij Pieten bakken hier het hele jaar stiekem door, want de voorraad mag natuurlijk nooit op. Verklap het aan niemand, en zeker niet aan de Sint, want die denkt nog altijd dat we pas in november beginnen. En dat muisje? Dat heeft ook niets gezien.
De mandarijnenboomgaard
Achter het kasteel staan rijen mandarijnenbomen, zo ver als je kunt kijken. Wij Pieten plukken hier de lekkerste mandarijnen van heel Spanje. De meeste gaan in kratten naar het Mandarijnen Magazijn in Nederland, maar eentje voor onderweg mag altijd. En de schillen? Die ruiken we nog een straat verderop.
Als het warm is, duikt de hele Pietenploeg het zwembad in. Het water wordt hier altijd precies op pepernotentemperatuur gehouden, niet te koud en niet te warm. Hoe dat kan, weet niemand, en de Piet die het ooit heeft ingesteld is allang met vakantie. We durven er niet meer aan te komen, dus we houden het maar zo.
Het voetbalveldje
Achter in de tuin ligt ons trapveldje met één groot doel. Hier oefenen wij Pieten dagelijks ons keeperswerk, want in Piet Penalty staan wij tussen de palen, niet de Sint. Hij komt zelf ook graag een balletje trappen, en gek genoeg schiet hij verrassend vaak recht in de kruising. Hoe hij dat voor elkaar krijgt in die lange mantel, snappen wij nog steeds niet.
Veel kinderen denken dat ik alleen in november en december besta, maar de rest van het jaar woon ik gewoon hier, in dit kasteel op de heuvel. Het is er warm, het ruikt er naar sinaasappels, en er is altijd wel een Piet die iets aan het doen is wat eigenlijk niet mag. Kijk gerust rond in alle kamers. En als je de boekenkast een duwtje geeft, ontdek je waarom het hier zo vaak naar pepernoten ruikt.
Lieve groet, Sinterklaas
Waar woont Sinterklaas eigenlijk?
Heel veel kinderen vragen zich af waar Sinterklaas nou precies woont als het geen december is. Het antwoord is: in een oud kasteel in Spanje, hoog op een heuvel tussen de sinaasappelbomen. Daar is het bijna altijd warm, en daar woont de Sint samen met de Pieten en met Ozosnel, zijn trouwe witte paard. De rest van het jaar is het er heerlijk rustig. De Sint leest in zijn bibliotheek, schrijft brieven in zijn werkkamer en slaapt uit in zijn eigen slaapkamer met een groot hemelbed.
Maar stilzitten doen de Pieten nooit. In de keuken staan de pannen te dampen en wordt er het hele jaar door gebakken, want de voorraad pepernoten mag natuurlijk nooit op. In de Grote Garderobe hangen de rode mantels en de mijters klaar, keurig op een rij. En in de stal krijgt Ozosnel elke dag vers hooi.
Pas als het najaar begint, wordt het druk op het kasteel. Dan worden de cadeaus ingepakt, niet hier maar in het grote Pietenhuis in Nederland, en vertrekt de stoomboot richting de intocht. Op deze pagina kun je dwars door het kasteel heen kijken, alsof de voormuur er even is afgehaald. Klik gerust elke kamer aan. En wie goed zoekt, vindt zelfs een kamer die eigenlijk geheim is.