Spelletjes Creatief Kleurplaten Online kleuren Knutselen Surprisemachine Gedichtenhulp Verlanglijstje Brief aan Sinterklaas Pepernotenlab Taaitaai maken Alles over creatief Ontdek Het Kasteel van de Sint De Pakjesboot Het Grote Boek De Vragenkist Pietenwoordenboek Pietensollicitatie Bureau voor Vergissingen De Schoorsteencheck Het Zolderarchief De Tijdmachine Ozosnel Mandarijnen Magazijn Mijn stempelkaart Informatie Sinterklaasjournaal Nieuws De intocht Sinterklaasfilms Liedjes Aftellen Wanneer komt de Sint? Schoen zetten Cadeautips Voor volwassenen Sinterklaas speurtocht Sinterklaas dobbelspel Het Klaslokaal van de Sint Sinterklaasbingo Sinterklaasquiz Kringgesprek Aftelposter
Home / Zolderarchief

Het Zolderarchief

Boven in het Grote Pietenhuis is een zolder waar nooit iets wordt weggegooid. Je komt er via een smal trapje achter de pakjeskamer, en het ruikt er naar oud papier en een beetje naar anijs. Elf voorwerpen liggen er te wachten tot iemand vraagt waar ze vandaan komen. Klik ze aan, dan vertellen ze het zelf. Werkt ook met de tabtoets en Enter.

Kijk rond op de zolder

Je hebt nog geen voorwerp bekeken. Er liggen er elf.

Kies hierboven een voorwerp. Met de muis, of met de tabtoets en dan Enter.

Ongeveer 1512

De allereerste mijter

Deze mijter is zo oud dat de Sint hem alleen nog voorzichtig durft op te pakken. Hij is van gewone stof, niet van zijde, en er zit een scheur in de linkerkant die drie keer is gestopt met steeds een andere kleur draad. Aan de binnenkant staat met potlood een naam die niemand meer kan lezen. De Sint droeg hem in de jaren dat nog bijna niemand wist wie hij was, toen hij 's nachts gewoon te voet ging. Eén keer per jaar haalt hij hem uit de doos, houdt hem even vast en legt hem dan weer terug. Dragen doet hij hem nooit meer. Daar is hij te zuinig op.

Bovenste brief uit 1892

De kist met brieven

In deze kist zitten de brieven die niet in het Grote Boek pasten. Bovenop ligt er een uit 1892, met een kroontjespen geschreven door een jongen uit Deventer. Hij vroeg om een fiets. Fietsen bestonden toen net, ze waren peperduur, en zijn vader verdiende een paar gulden in de week. De Sint bewaarde die brief omdat het zo'n mooie vraag was: iets willen wat er eigenlijk nog nauwelijks is. De jongen kreeg dat jaar een houten hoepel. Ruim twintig jaar later kocht hij zelf een fiets, en hij stuurde er nog een brief over ook. Die ligt eronder. Heb jij ook iets te vragen of te vertellen? Dan mag je hier zelf een brief aan Sinterklaas schrijven.

1934

De reservesleutel van de pakjeskamer

Er is maar één deur op de hele wereld waar deze sleutel op past, en die zit in de pakjeskamer. De echte sleutel draagt de Sint aan een koord om zijn nek. Dit is de reserve, gesmeed in 1934 door een smid die beloofde nooit te vertellen hoe hij eruitzag. Hij hangt hier aan een spijker, want iemand vond ooit dat je een reservesleutel niet vlak naast de deur moet bewaren. Eén keer is hij echt gebruikt. De Sint had de echte in zijn andere jas laten zitten, en die jas hing in Spanje. Sindsdien lacht niemand meer om deze spijker.

1871

De oude wereldbol

Draai hem rond en je ziet landen die niet meer bestaan, met namen die tegenwoordig anders geschreven worden. Over de bol loopt een dun rood lijntje dat de Sint er zelf op tekende: de route van de stoomboot. Op sommige stukken is dat lijntje wel drie keer overgetekend, omdat de route veranderde zodra er ergens een nieuwe haven kwam. Bij de Golf van Biskaje staat in klein handschrift "hier altijd wind", en voor de Portugese kust is een walvis getekend, met een uitroepteken erachter. De bol piept als je hem draait. Dat piepje wil de Sint er niet uit hebben.

Verzameld sinds 1958

De verzameling verloren wanten

Iedereen die op daken werkt raakt wanten kwijt. Ze waaien weg, ze glijden in dakgoten, ze blijven op schoorstenen liggen. In 1958 begon een Piet ze te bewaren, voor het geval dat. Nu hangen er honderdveertien aan een lijn, en er zit precies één paar bij dat nog compleet is. Alle andere zijn in hun eentje. De Sint vindt dat een beetje verdrietig, dus heeft hij ze op kleur gehangen, zodat ze in elk geval dicht bij elkaar hangen. Elk jaar komt er ongeveer eentje bij. En heel soms, heel soms, waait er een van beneden weer naar boven.

1963, stil op vijf voor zes

De stilstaande wekker

Deze wekker doet het nog. Hij is alleen nooit meer opgewonden, en daarom staat hij sinds 1963 stil op vijf voor zes. Dat was de avond dat het niet lukte. Er hing mist, de boot lag stil, en toen de klok bijna zes sloeg stond de Sint nog altijd op de kade met een zak vol pakjes. Alles is een dag later bezorgd. Niemand vond er iets van, maar de Sint zette die avond de wekker stil en heeft hem daarna nooit meer aangeraakt. Hij zegt dat het hem eraan herinnert dat een dag later ook goed is. Piet zegt dat hij hem gewoon vergeten is.

1949

Het hoefijzer van Ozosnel

Ozosnel is niet het eerste paard van de Sint, en dit hoefijzer was ook niet van hem. Het lag hier al toen Ozosnel voor het eerst het erf op kwam lopen. Aan de binnenkant zitten vier kleine krasjes, waarschijnlijk van dakpannen. Volgens de Pieten brengt het geluk, maar dan moet de opening wel naar boven wijzen, want anders loopt het geluk eruit. Twee keer per jaar controleert iemand of het nog goed hangt. Ozosnel zelf loopt er meestal langs zonder te kijken. Hij heeft tegenwoordig eigen hoefijzers, en die zijn lichter, stiller en volgens hem een stuk mooier. Meer weten over het paard dat eroverheen draaft? Lees het grote interview met Ozosnel.

Oudste deel uit 1806

De stapel oude Grote Boeken

Het Grote Boek is nooit één boek geweest. Als er een vol is komt er een nieuw, en het oude gaat naar zolder. Onderop ligt het deel uit 1806, met een band die zo donkerbruin is geworden dat je de letters op de rug eerder voelt dan leest. In elk deel staan namen van kinderen die inmiddels volwassen zijn, en oud, en soms al lang niet meer bij ons. De Sint slaat ze zelden open. Maar één keer per jaar, ergens in januari als het rustig is, gaat hij hier zitten met een kaars en leest hij een paar bladzijdes terug. Benieuwd wat er op dit moment over jou in staat? Blader dan zelf mee in het Grote Boek.

1927

De pietenmuts met de veer

Een muts van rood fluweel, met een veer die ooit fier rechtop stond en nu voorover hangt als een vraag die niemand meer stelt. Hij was van een Piet die vooral heel goed was in dingen kwijtraken, waaronder deze muts, drie keer. De laatste keer vond een kind hem in een tuin en stuurde hem in een doos terug, met een briefje waarop alleen stond: volgens mij is dit van jullie. Dat briefje zit nog in de muts, opgevouwen in de voering. De Piet is er nooit achter gekomen wie het schreef. Hij heeft er wel jaren naar gezocht.

1885

De houten stoomboot

Een model van de eerste stoomboot, van vurenhout, ongeveer een arm lang. Hij is niet helemaal recht, want hij is gebouwd door iemand die veel beter was in pakjes inpakken dan in timmeren. De schoorsteen staat een centimeter te ver naar links en dat is nooit rechtgezet, omdat de echte boot dat volgens de Pieten ook een beetje had. Er zit een vlaggetje op van stof die vroeger rood was. Als er beneden in het huis een deur dichtslaat, trilt dat vlaggetje even mee. Verder vaart hij niet meer. Dat hoeft ook niet. Wil jij wel een keer varen, zonder tegen een brug te botsen? Stuur de pakjesboot dan zelf door de Grachtenslalom.

1901

De verrekijker

Met deze verrekijker keek de Sint vanaf de boot naar de kust, om te zien of er al kinderen stonden te wachten. De lenzen zijn wat wazig geworden en aan de rechterkant zit een deuk van de keer dat hij op het dek viel. In het leren bandje zijn kleine streepjes gekerfd, één voor elk jaar dat er meer mensen op de kade stonden dan het jaar ervoor. Na 1970 zijn ze met kerven gestopt, want toen paste het niet meer op het bandje. Tegenwoordig gebruikt de Sint hem alleen nog om vanaf de zolder naar de sterren te kijken. Wil jij net als de Sint naar de kade turen? Bekijk wanneer de intocht dit jaar bij jou in de buurt is.

Wat er verder nog ligt

Niet alles heeft een kaartje. Sommige dingen liggen er gewoon, en niemand weet precies meer waarom.

Achttien paar leesbrillenDe Sint raakt ze kwijt, koopt een nieuwe, en vindt de oude dan alsnog terug. Zeventien paar zijn dus eigenlijk overbodig.
Een doos met tekeningenAlles wat kinderen ooit aan de Sint gaven, gesorteerd op hoeveelheid glitter. De bovenste laag glimt nog altijd.
Gedichten die niet af kwamenVierhonderd stuks. De meeste stranden op het rijmwoord voor "schoentje". Piet blijft het toch proberen.
Een grammofoon die zwijgtEr zit nog een plaat op, met liedjes die niemand van ons kent. De naald is al lang geleden gebroken.
Een blikje met één kruidnootDe laatste van 1994. Keihard geworden, maar weggooien voelt als het jaar zelf weggooien.
Drie kaarsen die nooit brandenBewaard voor het geval het licht uitvalt. Het licht is nooit uitgevallen. De kaarsen wachten geduldig.

De regels van de zolder

Ze hangen bij de trap op een vergeeld kaartje, in het handschrift van de Sint.

  1. Je klopt eerst op de deur, ook al is er niemand.
  2. Wat je oppakt, leg je terug op precies dezelfde plek. Precies.
  3. Er gaat nooit iets weg. Ook de kapotte dingen niet, vooral de kapotte dingen niet.
  4. Vind je iets waarvan niemand het verhaal meer weet, dan schrijf je er een briefje bij.
  5. Boven aan de trap hangt geen lamp. Neem er dus zelf een mee.
  6. Er brandt maar één lampje, en dat is expres. Op zolder moet je niet alles tegelijk willen zien.

Waarom ik niets weggooi

Mensen vragen me weleens waarom die zolder zo vol is. Kan dat niet eens opgeruimd worden, zeggen ze dan. Nee, dat kan niet. Want elk ding dat daar ligt is een avond die echt gebeurd is. Een kind dat wachtte, een Piet die iets verloor, een boot die te laat was. Als ik die dingen weggooi, gooi ik die avonden weg, en dan is er straks niemand meer die weet hoe het vroeger ging.

Kom gerust nog eens langs. De zolder verandert niet, dat is nou juist het fijne eraan. En als je iets ziet liggen waar geen kaartje bij hangt, mag je zelf bedenken wat het verhaal is. Dat doen wij hier ook, hoor.

Lieve groet, Sinterklaas