Taaitaai is een van de oudste lekkernijen van het sinterklaasfeest. Geen boter, geen ei in het deeg, bijna geen vet: alleen roggemeel, honing, stroop en een flinke hand anijs. Je hebt er weinig voor nodig, maar wel iets wat kinderen meestal niet in voorraad hebben, en dat is geduld. Het deeg moet namelijk een nacht staan rusten voordat je er iets mee mag doen.
En dan die naam. Taai-taai. Alsof iemand halverwege het opschrijven dacht: eigenlijk is één keer taai nog veel te weinig. Precies daar gaan we straks mee spelen.
Zelf taaitaai maken
Dit recept loopt over twee dagen. Lees eerst alle stappen door, dan weet je precies wanneer je moet wachten.
Warm de honing en de stroop
Doe de honing, de keukenstroop, de basterdsuiker en het water in een steelpannetje. Verwarm het op een laag vuur en roer tot de suiker helemaal is opgelost. Zodra het begint te pruttelen zet je het vuur uit en laat je het afkoelen tot het handwarm is.
Meng het deeg
Doe het roggemeel, de tarwebloem en het zout in een grote kom. Giet het afgekoelde honingmengsel erbij en roer alles met een houten lepel door elkaar tot er geen droog meel meer te zien is. Het deeg is plakkerig en donker, dat hoort zo.
Laat het deeg een nacht rusten
Wikkel de bal deeg in huishoudfolie en laat hem minstens een nacht op het aanrecht staan, bij gewone kamertemperatuur. Niet in de koelkast. In die uren trekt het roggemeel het vocht helemaal op en wordt het deeg soepel in plaats van korrelig. Sla deze stap niet over, want dan wordt je taaitaai hard en droog.
Kneed de kruiden erdoor
De volgende dag haal je de folie eraf en doe je het deeg terug in de kom. Voeg het gemalen anijszaad, de speculaaskruiden en het bakpoeder toe. Kneed alles goed door tot je nergens meer een streepje wit poeder ziet. Nu ruikt je hele keuken naar sinterklaas.
Rol het deeg uit
Verwarm de oven voor op 200 graden. Bestuif je werkblad met een beetje bloem en rol het deeg uit tot een lap van ongeveer een halve centimeter dik. Bestuif je deegroller ook, want het deeg wil graag plakken.
Maak de vormen
Heb je geen houten taaitaaiplank? Geen probleem. Snijd met een mes ovalen van ongeveer zeven centimeter, of leg een uitgeknipte kartonnen pop op het deeg en snijd eromheen. De versiering druk je erin met de bolle kant van een lepel, met een vork of met de dop van een stift. Alles wat een afdruk maakt, werkt.
Bak 10 minuten
Leg de poppen op een bakplaat met bakpapier en bestrijk ze met het losgeklopte ei, zo krijgen ze hun mooie glans. Bak ze 8 tot 12 minuten op 200 graden. Ze mogen aan de randen net droog aanvoelen, maar in het midden nog zacht zijn.
Wacht nog één dag
Laat de taaitaai afkoelen op een rooster en doe hem daarna in een gesloten trommel. De smaak wordt de dag erna nog beter en de koek wordt precies zo taai als hij hoort te zijn. In een dichte trommel blijft hij ongeveer twee weken goed.
Waarom heet het taai-taai?
Omdat het taai is. Dat is het hele antwoord, en toch klopt het niet helemaal, want dan had het gewoon taai kunnen heten. Het staat er twee keer omdat het Nederlands dat doet als iets wel erg is: heel heel groot, lang lang geleden, druk druk druk. Door het woord te herhalen maak je het sterker. Taaitaai is dus niet zomaar taai, taaitaai is taai in het kwadraat.
Die taaiheid komt door wat er wel en niet in zit. In het deeg gaat roggemeel, en rogge is een graan met weinig gluten en veel vezels. Daar krijg je een koek van die niet luchtig wordt, maar dicht en veerkrachtig. Er zit bovendien nauwelijks vet in: geen boter, geen olie. Bij pepernoten is boter juist het ingrediënt dat de koek kruimelig maakt. Laat je de boter weg, dan kruimelt er niets meer en moet je kauwen.
De honing en de stroop doen daar nog iets bovenop. Die trekken vocht aan uit de lucht en houden dat vast, waardoor de koek zacht en buigzaam blijft in plaats van uit te drogen. En omdat suiker en honing van zichzelf bewaren, blijft taaitaai wekenlang goed in een gesloten trommel. Vroeger was dat geen leuk detail maar de bedoeling: in de tijd zonder koelkasten was dit precies het soort koek dat je in november kon bakken en met kerst nog kon eten.
Dan de anijs. Dat zijn kleine zaadjes met een zoete, frisse smaak die een beetje aan drop doet denken. Anijs is een oud kruid dat al eeuwen bij feestelijk gebak hoort. Vroeger geloofden mensen zelfs dat anijs geluk bracht en boze dromen wegjoeg, en dat je er beter van sliep. Nu zit het er vooral in omdat het lekker is en omdat taaitaai zonder anijs eigenlijk geen taaitaai meer is.
De taai-taai-taalmachine
Taai-taai is niet het enige woord dat zichzelf herhaalt. Het Nederlands zit er vol mee. En als taai twee keer mag, waarom jouw woord dan niet? Typ hieronder een woord in, dan verdubbelt de machine het en verzint er meteen een betekenis bij. Die betekenis is verzonnen, dus zoek hem niet op in een echt woordenboek.
Verdubbel een woord
Werkt met elk woord dat je kunt bedenken. Hoe gekker het woord, hoe leuker het meestal wordt.
woord-woord
dubbelwoordWoorden die zichzelf herhalen
Dit zijn er een paar die echt bestaan. Let er maar eens op, je hoort ze vaker dan je denkt.
- taai-taaiDe koek uit dit recept. Eén keer taai was blijkbaar niet overtuigend genoeg.
- zo zoZeg je als je iets bijzonders ziet en nog even niet weet wat je ervan vindt.
- tut tutEen vriendelijke manier om te zeggen dat iemand iets niet had moeten doen.
- ho hoWacht eens even. Twee keer ho remt beter dan één keer ho.
- lang lang geledenHoe ieder goed verhaal begint. Gewoon lang geleden klinkt te dichtbij.
- druk druk drukDit is er zelfs drie keer. Dat is nog drukker dan twee keer druk.
- nou nouEen klein compliment, verstopt in twee woordjes die eigenlijk niets betekenen.
- klop klopNiemand klopt één keer op een deur. Dat hoort gewoon niet.
Taaitaai-raadsels
Klik op een vraag om het antwoord te zien. Waarschuwing: sommige zijn net zo taai als de koek.
Wat zeg je tegen een taaitaaipop die niet uit de vorm wil?
Doe eens niet zo taai. En als dat niet helpt: tik de plank een keer stevig op het aanrecht, dan schrikt hij er meestal wel uit.
Hoe heet een taaitaai die van school gaat?
Uitgetaaid. Hij heeft alle vormen gehad en mag nu zelf de plank in.
Waarom heeft taaitaai eigenlijk altijd gelijk?
Omdat hij alles twee keer zegt. Daar valt gewoon niet tegenop te praten.
Wat is het lievelingsvak van een taaitaai?
Taal. Dat scheelt maar één lettertje, en hij heeft toevallig veel zittend werk gedaan.
Waarom neemt een taaitaai nooit de trap?
Die gaat hem te snel. Een taaitaai doet alles liever langzaam-langzaam.
Wat krijg je als je een taaitaai in de thee doopt?
Weektaai. Nog steeds lekker, alleen niet meer geschikt om ruzie mee te maken.
De taaitaaipop
De bekendste taaitaai is geen koekje maar een pop: een platte figuur met een gezicht, meestal een deftige man met een puntige muts. Soms is het duidelijk Sinterklaas, soms een bisschop, en soms een figuur die zo oud is dat niemand meer precies weet wie het voorstelt.
Die vorm komt van de taaitaaiplank, een dikke plank van hout waarin de figuur is uitgesneden. Je duwt het deeg in de plank, klopt hem om, en de pop rolt eruit met alle lijntjes er al in. Bakkers hadden vroeger hele stapels van die planken, en de mooiste zijn nu museumstukken. Er zijn planken bewaard gebleven van honderden jaren oud, met poppen erin die een kroon dragen, een bloem vasthouden of op een paard zitten.
Voordat er drukwerk en fotolijstjes bestonden, was zo'n koek een van de weinige manieren om een figuur cadeau te doen. Je gaf iemand een pop van deeg, en die kon je bewonderen, ophangen en daarna opeten. Dat verklaart ook waarom taaitaaipoppen vaak zo groot zijn: het is minder een tussendoortje en meer een cadeau dat toevallig eetbaar is.
Heb je geen plank, dan werkt karton net zo goed. Teken een pop op stevig papier, knip hem uit, leg hem op je uitgerolde deeg en snijd eromheen. De lijntjes druk je er daarna zelf in. Iets minder deftig dan een oude bakkersplank, maar wel helemaal van jou.
Nog even dit: taaitaai is stevig. Voor de allerkleinsten en voor iedereen met een wiebelende tand is het handig om de koek in kleine stukjes te breken. Zit er een noot- of anijsallergie in huis, bespreek dat dan eerst met een volwassene voordat je gaat bakken.
