Het Sinterklaasfeest zit vol woorden die je de rest van het jaar nooit hoort. Wat is een goedheiligman? Waarom heet een taai-taai twee keer taai? En wat is nou eigenlijk het verschil tussen een pepernoot en een kruidnoot? In dit woordenboek staan 43 sinterklaaswoorden op een rij, met bij elk woord een tekening en de echte uitleg. En daaronder, in schuine letters, wat de Pieten ervan denken. Dat laatste moet je vooral niet geloven.
Voor akkoord getekend door de Hoofdpiet zelf.
Dat woord staat nog niet in het Pietenwoordenboek. Probeer een korter stukje van het woord, of maak het zoekveld leeg om alles weer te zien.
B
Banketletter
Een letter van bladerdeeg met amandelspijs vanbinnen, meestal in de vorm van je eigen voorletter. Het deeg en de vulling zijn precies hetzelfde als bij een banketstaaf, alleen wordt het deeg hier niet recht gelaten maar in een letter gevouwen. Is hij gebakken met echte roomboter, dan heet hij een roomboterletter.
Volgens de Pieten: een banketletter is een banketstaaf die net op tijd heeft geleerd hoe je een letter moet schrijven.
Banketstaaf
Een lange staaf van bladerdeeg met amandelspijs erin. In de oven wordt het deeg knapperig en goudbruin, terwijl de vulling lekker zacht blijft. Je snijdt hem in plakjes, zodat iedereen aan tafel een stuk krijgt.
Volgens de Pieten: een banketstaaf is de wandelstok van een Piet die onderweg honger kreeg.
Bisschop
Een bisschop is een belangrijke man in de kerk. Hij draagt een hoge puntige muts, een lange mantel en een kromme staf. Sinterklaas is vroeger echt bisschop geweest, ver weg in een land dat nu Turkije heet. Daarom ziet hij er nog altijd zo deftig uit.
Volgens de Pieten: een bisschop is iemand die zo netjes loopt dat zijn mantel nooit tussen de deur komt. Dat oefent hij elke ochtend een half uur.
Borstplaat
Een hard, zoet plakje van suiker en room, meestal in de vorm van een hart, een ster of een muntje. Het smelt langzaam op je tong. Er bestaat witte borstplaat, maar ook bruine met chocolade en roze met aardbeiensmaak.
Volgens de Pieten: borstplaat is het naambordje dat je krijgt als je in het Grote Boek de allernetste letters hebt geschreven.
C
Chocoladeletter
De eerste letter van je naam, gegoten in chocolade: melk, puur of wit. Je vindt hem in je schoen of op pakjesavond. Grappig feit: bijna alle letters wegen tegenwoordig precies evenveel, ook al lijkt een M veel groter dan een I.
Volgens de Pieten: het heet een chocoladeletter omdat je er brieven mee kunt schrijven. Ze zijn alleen nog nooit ergens aangekomen.
D
Dak
Het schuine bovenstuk van een huis, met dakpannen erop tegen de regen. In de sinterklaasliedjes rijdt Ozosnel over de daken, want daar is het rustig en zie je alle schoorstenen goed liggen. Vanaf het dak kan Piet zo naar beneden.
Volgens de Pieten: een dak is de grootste glijbaan van Nederland. Jammer alleen dat er onderaan geen zandbak ligt.
G
Gedicht
Een kort verhaaltje in regels die op elkaar rijmen. Bij een cadeau hoort vaak een gedicht waarin plagend iets over jou wordt verteld. Het hoeft echt niet moeilijk te zijn: als de laatste woorden van twee regels hetzelfde klinken, rijmt het al.
Volgens de Pieten: een gedicht is een gewone brief die per ongeluk in de rijmmachine is gevallen.
Goedheiligman
Een oude bijnaam voor Sinterklaas, en eigenlijk drie woorden aan elkaar geplakt: goede, heilige, man. Je hoort hem vooral in liedjes, bijvoorbeeld in Zie ginds komt de stoomboot. Het betekent simpelweg: die lieve, goede man die aan alle kinderen denkt.
Volgens de Pieten: een goedheiligman is iemand die zelfs tegen een deurmat vriendelijk goedemorgen zegt.
H
Hooi
Gedroogd gras dat paarden eten. Kinderen leggen soms een plukje hooi in hun schoen voor Ozosnel, net als een wortel. In de stal slapen paarden er ook op, want gedroogd gras is warm en lekker zacht.
Volgens de Pieten: hooi is het haar van de weide, dat één keer per jaar naar de kapper moet.
Hulppiet
Een Piet die meehelpt met al het werk dat er te doen is: cadeaus inpakken, de weg zoeken, kruidnoten bakken en de lijsten bijhouden. Er is zo ontzettend veel te doen dat de Sint het in zijn eentje nooit zou redden. Samen lukt het wel.
Volgens de Pieten: een hulppiet is iemand die hulp nodig heeft bij het vragen om hulp. Daarvoor is er dan weer een hulphulppiet.
I
Intocht
Het feest waarbij Sinterklaas in Nederland aankomt, meestal op een zaterdag in november. De boot vaart de haven binnen, er speelt muziek en langs de kant staan duizenden kinderen te zwaaien. Daarna heeft bijna elke stad nog een eigen kleinere intocht.
Volgens de Pieten: een intocht is gewoon een uittocht die je van de verkeerde kant staat te bekijken.
K
Kapoentje
Een ouderwets, liefkozend woord voor een klein, ondeugend kind. Je kent het uit het liedje Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje, dat kinderen al heel lang zingen als ze hun schoen hebben gezet. Het woord zelf hoor je verder bijna nergens meer, behalve in dat ene liedje.
Volgens de Pieten: een kapoentje is een kind dat net hard genoeg zingt om zeker te weten dat het tot in Spanje te horen is.
Kruidnoot
Het ronde, knapperige koekje dat bijna iedereen per ongeluk pepernoot noemt. Kruidnoten worden gemaakt van tarwebloem, boter en speculaaskruiden zoals kaneel en nootmuskaat. Ze zijn klein, hard en bruin, en ze knappen als je erop bijt. Dit zijn de koekjes uit de zak in de winkel.
Volgens de Pieten: kruidnoten zijn kleine bruine kiezels die per ongeluk lekker geworden zijn.
Kruidnotenmix
Een zak met kruidnoten die met van alles bedekt zijn: melkchocolade, witte chocolade, karamel en soms een laagje met noten. Elke kruidnoot smaakt anders, en juist daarom is het zo moeilijk om er maar eentje te pakken.
Volgens de Pieten: een kruidnotenmix is een kruidnotenfamilie waarvan iedereen een andere jas heeft aangetrokken.
L
Lootjes trekken
Alle namen gaan op papiertjes in een schaal of een hoed. Iedereen pakt er met de ogen dicht eentje uit, en voor die persoon maak je een surprise met een gedicht. Trek je jezelf, dan doe je het briefje stiekem terug en pak je opnieuw.
Volgens de Pieten: lootjes trekken is een spel waarbij je blind kiest wie je een maand lang heel erg aardig moet vinden.
M
Mandarijn
Een klein oranje vruchtje dat je makkelijk kunt pellen, met zoete partjes vanbinnen. Vroeger was een mandarijn in de winter iets heel bijzonders, want hij kwam van ver weg uit een warm land. Daarom ligt hij nog steeds vaak in de schoen.
Volgens de Pieten: een mandarijn is een sinaasappel die er geen zin in had om groot te worden.
Marsepein
Een zachte, kneedbare lekkernij van fijngemalen amandelen en suiker. Je kunt er van alles van boetseren: biggetjes, worteltjes, fruit of een heel figuurtje. Bakkers kleuren het bij, zodat een marsepeinen appel echt op een appel lijkt.
Volgens de Pieten: marsepein is de klei waarmee snoepgoed leert kleien, voordat het echt snoep mag worden.
Mijter
De hoge, puntige muts van Sinterklaas, rood met goud en meestal met een kruis erop. Bisschoppen dragen zo'n muts al honderden jaren. Hij is met opzet zo hoog gemaakt, zodat je de Sint in een grote drukke menigte meteen ziet staan.
Volgens de Pieten: een mijter is een tent voor één hoofd, met uitzicht over alle andere hoofden.
O
Ozosnel
Het paard van Sinterklaas, een echte schimmel met een witgrijze vacht. Hij loopt over de daken zonder dat er ook maar één dakpan kraakt. Zijn naam betekent letterlijk o zo snel. Wortels vindt hij het allerlekkerst, maar hooi lust hij ook.
Volgens de Pieten: Ozosnel heet zo omdat hij het wereldrecord wortel opeten heeft. Zes tellen, en de wortel was weg.
P
Pakjesavond
De avond van 5 december, als de cadeaus komen. In veel gezinnen klopt er ineens iemand op de deur en staat er een zak in de gang. Daarna worden de pakjes uitgedeeld en de gedichten hardop voorgelezen, meestal met veel gelach.
Volgens de Pieten: pakjesavond is de enige avond van het jaar waarop je papier mag verscheuren zonder dat iemand boos wordt.
Pakjesboot
De boot vol cadeaus waarmee Sinterklaas uit Spanje komt. Op de zijkant staat een nummer, want er zijn er in de loop der jaren meer geweest. Het ruim zit vol pakjes, kruidnoten en natuurlijk de grote zak. Bij de intocht mag hij als eerste de haven in.
Volgens de Pieten: de pakjesboot is het enige schip ter wereld dat lichter wordt hoe langer hij in Nederland ligt.
Pepernoot
Een taai, brokkelig blokje van roggemeel, suikerstroop en anijs. Het is zacht en een beetje plakkerig, dus juist niet knapperig, en het heeft een hoekig vormpje. Dit is de echte pepernoot. Wat de meeste mensen pepernoten noemen, zijn eigenlijk kruidnoten.
Volgens de Pieten: een pepernoot is een kruidnoot die te lang is blijven zitten en daardoor plat en taai geworden is.
Piet
De naam voor iedereen die Sinterklaas helpt: op het dak, in de zak, op kantoor of gewoon overal waar hulp nodig is. Er zijn heel veel Pieten, en niet twee zijn precies hetzelfde: de een is goed in zingen, de ander in klimmen of in rekenen. Samen zorgen ze dat het hele feest op tijd klaarstaat.
Volgens de Pieten: je bent pas echt een Piet als je een muts kunt dragen zonder dat de veer in iemands oog prikt.
Pietenmuts
De vrolijke muts met een grote gekrulde veer erop. Vaak is hij van fluweel, in rood of paars, met een brede rand eromheen. De veer wappert als je rent, dus je ziet een Piet meestal al aankomen voordat je hem hoort.
Volgens de Pieten: een pietenmuts is eigenlijk een parachute, alleen dan veel te klein uitgevallen.
R
Roe
Een bosje dunne twijgjes, vroeger wel eens genoemd als het over stout zijn ging. Je komt het woord vooral tegen in oude liedjes en verhalen. Tegenwoordig hoort de roe daar niet meer bij: Sinterklaas en de Pieten vinden een goed gesprek en een nieuwe kans veel fijner dan een dreigement.
Volgens de Pieten: de roe ligt al jaren ergens diep in een la op het kasteel, achter de sokken die niemand meer past.
Roomboterletter
Een letter van bladerdeeg met amandelspijs, gebakken met echte roomboter. Van buiten knapperig, vanbinnen zacht en zoet. Het lijkt op een banketstaaf, maar dan gebogen tot een letter. Je eet hem het lekkerst als hij nog een beetje warm is.
Volgens de Pieten: een roomboterletter is zo lekker dat het hele alfabet er ruzie over maakt wie er nu weer aan de beurt is.
S
Schoen zetten
Je zet 's avonds je schoen bij de verwarming of bij de deur, met een wortel of wat hooi erin voor het paard. Daarna zing je er een liedje bij. De volgende ochtend zit er soms iets kleins in, en dat is elke keer weer spannend.
Volgens de Pieten: schoen zetten is ruilhandel. Jij geeft een wortel, wij geven een kruidnoot, en niemand rekent na wie de beste deal had.
Schoorsteen
De pijp op het dak waar de rook van de kachel of de open haard door naar buiten gaat. In de verhalen gaat Piet er juist naar binnen. Heeft jouw huis geen schoorsteen? Dan werkt een raam of de brievenbus net zo goed.
Volgens de Pieten: een schoorsteen is een liftschacht zonder lift. Bovenaan is dat heel gezellig, onderaan gaat het nogal snel.
Schuimpje
Een luchtig, knisperend snoepje van opgeklopt eiwit met suiker, heel langzaam gedroogd in een lauwe oven. Het smelt bijna meteen op je tong. Schuimpjes zijn vaak wit of roze en zo licht dat je ze nauwelijks voelt.
Volgens de Pieten: een schuimpje is een wolkje dat op een bakplaat is neergestreken en toen besloot om te blijven.
Spanje
Het land in het zuiden van Europa waar Sinterklaas de rest van het jaar woont. Het is er warm en zonnig. Vanuit Spanje vaart hij in november met de boot naar Nederland, en een paar dagen na pakjesavond gaat hij weer terug.
Volgens de Pieten: Spanje is het enige land waar de kruidnoten aan de bomen groeien. Ze zijn er alleen nog steeds naar aan het zoeken.
Speculaas
Een dunne bruine koek met speculaaskruiden, gebakken in een houten vorm waardoor er een plaatje in staat, bijvoorbeeld een molen. Er bestaat ook dikke gevulde speculaas, met een laag amandelspijs tussen twee lagen deeg.
Volgens de Pieten: speculaas is een koek met een tekening erin, voor als je tijdens het eten toch nog iets wilt bekijken.
Staf
De lange stok van Sinterklaas met een grote krul aan de bovenkant. Hij heet ook wel kromstaf. Vroeger gebruikten herders zo'n stok om hun schapen bij elkaar te houden. Bisschoppen kregen hem daarom als teken dat zij goed voor mensen zorgen.
Volgens de Pieten: de krul in de staf is bedoeld om er kruidnoten aan te hangen. De Sint is het daar nog altijd niet mee eens.
Stoomboot
Een schip dat vaart op stoom. Onder een grote ketel water wordt vuur gestookt, en de stoom laat de motor draaien. Uit de pijp komt daarom een dikke witte pluim. In het bekendste sinterklaasliedje komt er precies zo eentje aan.
Volgens de Pieten: een stoomboot vaart op gestreken overhemden, want daar komt ook stoom vanaf.
Strooiavond
Een ouderwetse naam voor de avond waarop de cadeautjes komen, dus voor pakjesavond. De naam komt van strooien: vroeger werd er snoepgoed door de kamer gegooid, en de kinderen mochten het van de vloer rapen.
Volgens de Pieten: strooiavond is de enige avond van het jaar waarop opruimen pas achteraf hoeft.
Strooigoed
Het snoep dat door de kamer wordt gestrooid: kruidnoten, schuimpjes, kleine borstplaatjes en suikerbeestjes door elkaar. Je koopt het in een zak, en dan gooit iemand een flinke handvol over de vloer of over de tafel.
Volgens de Pieten: strooigoed is snoep dat niet stil kan zitten en daarom liever door de lucht reist.
Suikergoed
Snoep dat vooral van suiker gemaakt is, in vrolijke vormpjes zoals beestjes, hartjes of muntjes. Het is hard en heel erg zoet. Suikerbeestjes hoorden vroeger bij het strooigoed, en daarom zitten ze nog vaak in de schoen.
Volgens de Pieten: suikergoed is een dierentuin waar nooit een dier ontsnapt, omdat ze eerder op zijn.
Surprise
Een zelfgemaakt omhulsel van karton, papier en plaksel, in een vorm die bij de ontvanger past: een voetbal, een gitaar of een hond. Het echte cadeau zit erin verstopt, met een gedicht erbij. Het maken is bijna leuker dan het uitpakken.
Volgens de Pieten: een surprise is een cadeau dat zich verkleed heeft omdat het verlegen is.
T
Taai-taai
Een platte, taaie koek van roggemeel en honing met een sterke anijssmaak, vaak in de vorm van een poppetje. Hij is stevig, dus je moet er flink op kauwen. Daarom heet hij taai-taai, twee keer achter elkaar, want één keer taai was blijkbaar niet genoeg.
Volgens de Pieten: taai-taai is een koek die niet gebakken wordt maar overgehaald moet worden.
Tabberd
Een oud woord voor een lang, sierlijk gewaad, zoals de rode mantel die Sinterklaas draagt. Je kent het uit het lied Sinterklaas goedheiligman, waarin gezongen wordt: trek je beste tabberd an. Met tabberd wordt dus precies dat mooie gewaad bedoeld waarin hij naar Nederland komt.
Volgens de Pieten: een tabberd is een deken die zo trots is dat hij rechtop is gaan staan.
V
Veer
De grote gekrulde pluim op een pietenmuts. Een veer is licht en zacht, en hij wiebelt bij elke stap die je zet. Vogels hebben veren om warm te blijven en om te kunnen vliegen. Op een muts is het vooral versiering.
Volgens de Pieten: een veer is een stuurwiel. Hoe groter de veer, hoe scherper de bocht die een Piet over het dak kan nemen.
Verlanglijstje
Een briefje waarop je opschrijft wat je heel graag zou willen krijgen. Je krijgt echt niet alles wat erop staat, maar het helpt enorm bij het kiezen. Een tekening erbij mag altijd, en veel kinderen sturen hun lijstje op.
Volgens de Pieten: een verlanglijstje is een boodschappenlijstje dat je voor iemand anders opschrijft.
W
Wortel
De oranje groente die onder de grond groeit en waar je heerlijk knapperig op kunt kauwen. Ozosnel is er dol op, en daarom leggen kinderen er eentje in hun schoen. Paarden en konijnen vinden ze allebei even lekker.
Volgens de Pieten: een wortel is een oranje sleutel. Leg hem in je schoen en de deur van de stal gaat vanzelf open.
Z
Zak van Sinterklaas
De grote jutezak waar alle cadeaus in zitten. In de verhalen past er altijd nog meer in, hoeveel je er ook uit haalt. Bovenaan wordt hij dichtgeknoopt met een dik touw, zodat er onderweg over de daken niets uit kan vallen.
Volgens de Pieten: de zak is vanbinnen groter dan vanbuiten. Er is ooit een Piet in verdwaald die nog steeds af en toe zwaait.
Waarom klinken die woorden zo raar?
Veel sinterklaaswoorden zijn heel oud. Ze komen uit het Nederlands van honderden jaren geleden, toen mensen nog anders praatten dan nu. Goedheiligman is daar een mooi voorbeeld van: dat zijn gewoon drie woorden aan elkaar geplakt, iets wat wij tegenwoordig niet meer zo snel zouden doen. Ook strooiavond en kromstaf komen uit die tijd.
Andere woorden hebben een reis achter de rug. Marsepein en mandarijn zijn via Spanje en Italië hier terechtgekomen, samen met de vruchten en de lekkernijen zelf. Speculaas dankt zijn naam waarschijnlijk aan de kruiden en de houten plank waarin de koek werd gedrukt. En sommige woorden zijn simpelweg beschrijvingen die zijn blijven hangen: een taai-taai is taai, en een pakjesboot zit vol pakjes.
Zoek je nog meer antwoorden? In de Vragenkist beantwoordt de Sint de vragen die kinderen hem het vaakst stellen, en op Wanneer komt Sinterklaas? vind je alle data van dit jaar.