De vragen
Twee sets van vijftien, apart voor onderbouw en bovenbouw. Trek een kaartje of print het hele vel.
In elke klas zitten kinderen die sinterklaas thuis heel verschillend vieren. De een pakt op vijf december een berg cadeaus uit, de ander zet alleen zijn schoen, en er zijn kinderen die het feest helemaal niet vieren, om welke reden dan ook. Die verschillen zijn geen probleem zolang het gesprek er ruimte voor laat. Deze vragen zijn zo geformuleerd dat een kind altijd iets te vertellen heeft, ook zonder eigen cadeaupapier thuis.
Kies hieronder eerst onderbouw of bovenbouw. Trek daarna zelf een kaartje op het scherm, gebruik de vragen in de kring, of print ze en laat een kind er blind eentje trekken. Twee praktische dingen helpen: begin niet met de vraag wat iemand heeft gekregen, en laat kinderen vertellen over wat ze zien, ruiken en horen in deze weken in plaats van over wat ze bezitten.
Tip: schuif een moeilijke vraag gerust door naar het einde. Beginnen bij geluiden en geuren maakt het voor iedereen makkelijker om aan te haken.
Veelgestelde vragen
Waarom niet gewoon vragen wat kinderen hebben gekregen?
Omdat dat de kinderen uitsluit die weinig of niets krijgen, en dat zijn er in elke klas een paar. Een vraag over geluiden, geuren of gewoontes thuis kan iedereen beantwoorden, ook een kind dat het feest helemaal niet viert.
Hoe gebruik je de vraagkaartjes?
Op het scherm trek je met een druk op de knop een kaartje, zonder dat er twee keer dezelfde vraag langskomt voordat de rest is geweest. Wil je liever fysieke kaartjes, print het vel dan, knip de kaartjes los en laat een kind er blind eentje trekken. Beide manieren halen de willekeur weg bij jou als leerkracht.
Wat doe je met een kind dat sinterklaas niet viert?
Laat het gesprek niet over bezit gaan maar over wat iedereen ziet en hoort in deze weken: de etalages, de liedjes op de radio, de drukte in de winkel. Zo heeft ook dit kind iets te vertellen zonder dat het over zijn eigen situatie hoeft te gaan.
Voor welke leeftijd zijn de vragen?
Er zijn twee complete sets. De onderbouwvragen zijn speels en concreet en werken al vanaf groep 1. De bovenbouwvragen gaan meer over tradities, herinneringen en eigen meningen, en passen bij kinderen die zelf al wat ouder worden. Schakel bovenaan de vragen tussen beide sets.
Hoe lang duurt zo een kringgesprek?
Met vier of vijf vragen ben je een half uur bezig als je iedereen laat aanhaken. Wil je het korter houden, kies dan twee vragen en spreek af dat er per vraag drie kinderen antwoorden.
Ook uit het Klaslokaal
Drie andere onderdelen die op dezelfde manier werken: instellen, printen, klaar.
- SinterklaasbingoTot dertig kaarten die stuk voor stuk anders zijn, met voorleeslijst.
- SinterklaasquizTien vragen voor de onderbouw, tien voor de bovenbouw, met antwoordblad.
- AftelposterEen A4 voor aan de muur met een rondje per dag om in te kleuren.