Een pop-upkaart lijkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk maar een trucje met vier korte knipjes. Je knipt twee keer twee sneetjes dwars op de middenvouw, je duwt het stuk ertussen naar binnen, en je hebt een trapje dat naar voren springt zodra de kaart opengaat. Daar plak je Sinterklaas op.
Het geheim zit in de maten. De trap springt precies zo ver naar voren als de sneetjes diep zijn, en de figuur mag niet hoger zijn dan de kaart, anders steekt hij eruit als de kaart dichtgaat. Op dit sjabloon is dat allemaal al uitgerekend.
Wat heb je nodig
- Printer en wit papier van 120 tot 160 grams
- Schaar
- Lijmstift
- Een liniaal
- Kleurpotloden of stiften voor de voorkant van de kaart
De maten, even goed lezen
- De kaart is 180 bij 260 mm en wordt dubbelgevouwen 180 bij 130 mm. Dat past in een envelop van C5 formaat.
- De grote trap is 60 mm breed. De sneetjes lopen 35 mm boven en 35 mm onder de middenvouw, dus de trap springt 35 mm naar voren.
- De kleine trap is 30 mm breed en springt 18 mm naar voren.
- De Sinterklaas is 82 mm hoog en het knipvlak is 70 bij 106 mm. Hij staat op de trap van 35 mm, dus hij steekt 47 mm boven de trap uit. Er is 130 min 35 is 95 mm ruimte tot de rand van de kaart, dus hij past ruim in de dichte kaart.
- De bedrukte kant wordt de binnenkant. De buitenkant blijft leeg, zodat je die zelf kunt versieren.
Zo maak je het, stap voor stap
- Print blad 1 en blad 2 op honderd procent. Controleer het balkje van tien centimeter met je liniaal.
- Knip blad 1 uit langs de buitenrand. Je houdt een kaart over van 180 bij 260 mm.
- Knip nu de vier korte snedes: twee bij de grote trap en twee bij de kleine trap. Knip precies tot waar de doorgetrokken lijn ophoudt, geen millimeter verder.
- Vouw de kaart dubbel over de middellijn, met de bedrukte kant naar binnen. Strijk de vouw goed aan.
- Klap de kaart open. Duw de grote trap met je duim naar binnen, zodat hij naar jou toe komt in plaats van naar achteren. De vouwlijn boven en onder de trap knikt nu de andere kant op.
- Doe hetzelfde met de kleine trap. Klap de kaart een keer helemaal dicht en weer open. Nu springen allebei de trappen vanzelf naar voren.
- Knip de Sinterklaas van blad 2 uit langs het rechthoekige knipvlak. Onderaan zit een zandkleurig vlak van 22 mm, dat is het lijmvlak. Je hoeft het niet om te vouwen.
- Smeer het lijmvlak in en plak het plat tegen het rechtopstaande vlak van de grote trap, met de onderkant gelijk aan de kaart. De Sint steekt dan 47 mm boven de trap uit. Kijk even of hij recht staat.
- Laat de lijm even drogen met de kaart open. Klap je hem te vroeg dicht, dan plakt de Sint aan de andere helft vast.
- Knip de cadeauzak uit en plak zijn lijmvlak op dezelfde manier plat tegen de kleine trap.
- Knip het bordje met Voor jou uit en plak het op de voorkant van de kaart, dat is de onbedrukte kant. Plak de sterren en de pepernoten waar je wilt.
- Schrijf je wens op de lijntjes onderin en geef de kaart weg.
Tips van de Sint
- Duw de trap naar binnen terwijl de kaart half open staat. Dan knikken de vouwen vanzelf de goede kant op.
- Doe niet te veel lijm op het strookje. Natte lijm laat het papier bollen en dan staat de Sint scheef.
- Wil je nog een verdieping? Maak dan zelf een derde trapje aan de andere kant van de kaart, met twee sneetjes van 25 mm en 40 mm uit elkaar.
- Geen envelop in huis? Vouw er een van een vel A3, of geef de kaart met een lint eromheen.
Veel gestelde vragen
De kaart gaat niet meer plat dicht.
Dan is de figuur te hoog geplakt of te ver naar boven geschoven. Plak het lijmstrookje helemaal onderaan tegen de vouw van de trap aan.
De trap springt niet naar voren.
Waarschijnlijk knikken de vouwlijnen nog de verkeerde kant op. Klap de kaart dicht, houd de trap met je vinger vast en druk de kaart plat. Bij het openen springt hij dan wel mee.
Mag ik er een eigen tekening op plakken?
Graag zelfs. Houd alleen dezelfde regel aan: de tekening mag niet hoger zijn dan 95 mm boven de trap, anders past hij niet in de dichte kaart.
← Alle knutselprojecten