De zak van Sinterklaas
Songtekst om mee te zingen.
De zak van Sinterklaas, Sinterklaas, Sinterklaas. De zak van Sinterklaas, o jongens, jongens, het is zo’n baas! Daar stopt hij, daar stopt hij, daar stopt hij blij van zin. De hele, de hele, de hele wereld in!
De zak van Sinterklaas, Sinterklaas, Sinterklaas. De zak van Sinterklaas, o jongens, jongens het is zo’n baas! Hij is voor groot en klein, groot en klein, groot en klein. Hij is voor groot en klein, voorzien van taai en marsepein.
En bergen, en bergen, en bergen suikergoed Zo lekker, zo lekker, zo lekker en zo zoet. Hij is voor groot en klein, groot en klein, groot en klein. Hij is voor groot en klein, voorzien van taai en marsepein.
Maar onder in die zak, in die zak, in die zak. Maar onder in die zak, daar ligt het hele grote pak. Voor het lieve, voor het zoete, voor het lieve zoete kind. Zeg was jij, zeg was jij, dit jaar gehoorzaam vrind?
Tekst en muziek: traditioneel.
Moeilijke woorden
De tekst zit vol ouderwetse woorden die vooral lekker zingen. Dit staat er eigenlijk.
Het is zo’n baas
Hier wordt met baas niet iemand bedoeld die de leiding heeft. Het gaat over de zak zelf: die is zo groot en zo indrukwekkend dat je er stil van wordt. Wat een joekel, zou je nu zeggen.
Blij van zin
Met een blij gemoed, in een goede bui. Zin betekende vroeger zoiets als je humeur. Sinterklaas staat dus vrolijk neuriënd die zak in te pakken.
Taai
Kort voor taai-taai, dat harde, zoete koekje met honing en anijs. Je kunt er lang op kauwen, en daar dankt het zijn naam aan.
Marsepein
Zoet deeg van amandelen en suiker, waar je van alles van kunt boetseren. In het Pietenwoordenboek staat waarom er elk jaar zoveel varkentjes van gemaakt worden.
Suikergoed
De verzamelnaam voor al het harde, glimmende snoep van suiker: hartjes, ringetjes en muntjes. Zie suikergoed.
Vrind
Een ouderwetse manier om vriend te zeggen. Het staat er vooral omdat het mooi rijmt op kind, en dat is bij liedjes een prima reden.
Waar komt dit lied vandaan?
Niemand weet wie dit liedje geschreven heeft. Dat is bij veel oude sinterklaasliedjes zo: ze werden doorgegeven van ouders op kinderen, en tegen de tijd dat iemand ze opschreef, was de maker allang vergeten. In liedbundels van ongeveer honderd jaar geleden staat dit liedje al gewoon tussen de andere, alsof iedereen het toen al kende.
Eén ding is in de loop van de jaren duidelijk veranderd. Vroeger ging het laatste couplet erover dat er onderin die zak iets klaarlag voor kinderen die niet lief waren geweest. In de versie die de meeste mensen nu zingen, en die je hierboven leest, ligt daar juist een groot pak voor het lieve, zoete kind.
Zo verandert een liedje langzaam mee met de tijd. Bij het woord roe in het Pietenwoordenboek staat hoe daar tegenwoordig over gedacht wordt: Sinterklaas en de Pieten houden het liever bij een goed gesprek en een nieuwe kans.
Zo zing je het
Dit is het snelste van de bekende sinterklaasliedjes. Het wil hard, het wil vrolijk en het wil vooral niet netjes. Al die herhalingen staan er om lekker in mee te kunnen stampen.
- Klap op de maat mee bij Sinterklaas, Sinterklaas, Sinterklaas.
- Laat de ene helft van de groep de herhalingen doen en de andere helft de rest.
- Zing het staand, want zitten houdt bij dit liedje toch niemand vol.
Het komt het beste tot zijn recht in een grote groep: in de klas, op het schoolplein of thuis met de hele familie rond de tafel. Met zijn tweeën kan ook, maar dan moet je allebei stevig doorzingen.
Nog even blijven hangen?
Sla het liedboek nog niet dicht, deze zijn ook mooi.
- Zie de maan schijnt door de bomenRustig en plechtig, vlak voordat er op de deur geklopt wordt.
- Sinterklaas, goedheiligmanHet liedje waarin je netjes om iets moois vraagt.
- Wie komt er alle jarenWie komt er toch elk jaar weer langs? Zing het antwoord.
- Hoor de wind waait door de bomenZing mee terwijl de wind om het huis blaast.
- Hoor, wie klopt daar kinderenWie staat er toch aan de deur? Zing het uit.
- Zachtjes gaan de paardenvoetjesStil zijn, want het paard loopt over het dak.
