De taart met een losse punt
Twee ringen van karton op elkaar, met slagroom van wit papier en drie kaarsjes van rietjes. Uit de onderste laag kun je een punt tillen, en daar zit het cadeau in. Van een afstand is hij niet van echt te onderscheiden, en dat is precies de bedoeling.
Meet het cadeau. De onderste laag van de taart moet hoog genoeg zijn om het cadeau erin kwijt te kunnen, want daar gaat het in. Reken op minstens tien centimeter hoog en dertig centimeter doorsnee. Is het cadeau groter, maak de taart dan gewoon groter, dat mag.
Maak de onderste ring. Voor een taart van dertig centimeter doorsnee heb je een strook van bijna een meter nodig. Krijg je die niet uit één stuk karton, niet dan twee stroken aan elkaar. Kijk ook even naar de golfjes in het karton: buig met de golven mee, want dwars erop knikt de strook in plaats van dat hij rondt. Rol hem eerst een paar keer over de tafelrand, dan gaat het buigen vanzelf.
Niet de uiteinden aan elkaar tot een ring. Zet de ring daarna op een stuk karton, trek hem na en knip zo je bodem en je bovenkant uit. Dat past beter dan een rondje van een dienblad, want jouw ring is nooit precies rond.
Knip in de onder- en bovenrand van de ring om de paar centimeter een inkeping van anderhalve centimeter en vouw die lipjes naar binnen. Daarop plak je de bodem en de bovenkant. Op het dunne randje van het karton alleen houdt geen lijm.
Snijd de punt los. Teken eerst midden op de bovenkant de cirkel waar straks de bovenste laag komt te staan, ongeveer achttien centimeter. Teken dan je taartpunt vanaf de buitenrand naar binnen, ongeveer een achtste van de cirkel, en laat hem ophouden net buiten die getekende cirkel. Loopt de punt door tot het midden, dan staat de bovenste laag er straks bovenop en krijg je hem nooit meer los.
Snijd de punt uit en snijd daaronder ook de zijkant door, zodat er een heel stuk taart uit te tillen is. Dit doet een volwassene, en rustig. Beplak later ook de binnenrand van het gat een paar centimeter, anders kijk je tegen kaal karton aan.
Maak de bovenste laag op dezelfde manier, maar kleiner en lager: ongeveer achttien centimeter doorsnee en zes centimeter hoog staat mooi op een onderlaag van dertig bij tien. Plak die precies op de cirkel die je hebt getekend, dus naast de losse punt en er niet overheen.
Beplak de zijkanten met gekleurd papier in de kleur van het beslag: lichtbruin voor cake, roze voor aardbei, wit voor iets deftigs. De losse punt beplak je apart, anders zit hij weer vast.
Nu de slagroom. Knip uit wit papier een lange strook met golven aan één kant en plak die langs de bovenrand, met de golven een stukje over de rand heen. Doe hetzelfde bij de bovenste laag. Wie watten gebruikt, plukt ze in kleine dotjes en lijmt ze op de rand.
Maak de kaarsjes. Knip de rietjes op ongeveer acht centimeter, knip uit geel papier drie druppelvormige vlammetjes en plak die in de bovenkant van elk rietje. Prik drie gaatjes in de bovenste laag, net iets kleiner dan het rietje dik is, en duw de kaarsjes erin. Dan klemmen ze en staan ze rechtop in plaats van scheef. Niet aansteken, dat spreekt hopelijk vanzelf.
Rol tot slot van rood papier een paar propjes als kersen en lijm ze tussen de slagroom. Plak er ook eentje midden op de losse punt, dan heb je meteen een knopje om hem aan op te tillen.
Doe het cadeau in de taart via het gat waar de punt zat, en zet de punt er los weer in. Wil je dat de punt er ook op een bordje uitziet als een punt, knip dan twee driehoekjes karton die tussen de bovenkant en de bodem passen en plak die aan de zijkanten. Dat kost tien minuten extra en maakt er een echt taartpuntje van.
Hoe lang duurt dit echt?
Wij waren er tweeënhalf uur mee bezig, verdeeld over twee avonden. De onderste ring kost drie kwartier, de bovenste een half uur, het snijden van de punt een kwartier, de slagroom een half uur en de rest is bekleden. Het knippen van de golven duurt langer dan je denkt.
Gebruik je watten in plaats van papier, dan gaat het sneller maar plakt het slechter. Doe er dan wat meer lijm op dan je nodig denkt te hebben en laat de taart plat liggen tot de volgende ochtend. Met papieren slagroom kun je gewoon doorwerken.
Weinig tijd? Doe dit
Neem een ronde doos die je al hebt, plak er wit papier omheen met golven aan de bovenkant en zet er drie rietjes op als kaarsjes. Eén laag in plaats van twee, geen losse punt maar gewoon een deksel dat eraf gaat.
Dat kost je 25 minuten en het is nog steeds duidelijk een taart. De losse punt is het leukste van deze surprise, dus laat hem alleen weg als het echt moet.
Waar gaat het cadeau in?
In de onderste laag, via het gat waar de punt uit komt.
- Leg het cadeau precies onder de losse punt, dan zie je het meteen als je hem eruit tilt. Ligt het aan de andere kant, dan moet er iemand met een arm in een kartonnen taart en dat gaat mis.
- Vul de rest van de ruimte met gefrommeld papier, anders klotst het cadeau rond en wordt de taart aan één kant zwaar.
- Is het cadeau plat, plak het dan onder de bovenste laag. Wie de punt eruit haalt vindt eerst niets, en dat is precies lang genoeg spannend.
- Zet er een klein bordje bij met de tekst niet eten. Dat is geen grap, dat is ervaring.