Het paardenhoofd met manen van wol
Twee dezelfde vormen uit karton, stroken ertussen zodat het dik wordt, en dan de manen. Die manen doen het werk: hoe meer wol je erop lijmt, hoe echter hij wordt. Het cadeau schuif je van onderen in de hals. Wil je er Ozosnel van maken, dan verf je hem crèmewit en gebruik je grijze wol.
Kijk eerst naar het cadeau. De hals moet breder zijn dan het cadeau, anders past het er straks niet in. Houd het pakje tegen het karton en teken meteen even hoe breed de hals dus minstens moet worden.
Teken op het karton de zijkant van een paardenhoofd, dus het hoofd met de hals eronder. Ongeveer veertig centimeter hoog werkt fijn. Knip hem uit en gebruik die als mal voor de tweede, dan zijn ze precies even groot.
Lukt het tekenen niet meteen: begin met de hals als een brede baan en zet daar bovenop een wig voor het hoofd, met een bolletje voor de neus. Of zoek een foto van een paard van opzij en teken de omtrek na. Alleen de omtrek telt, de rest komt straks van de manen.
Knip stroken karton van ongeveer twaalf centimeter breed en vouw aan allebei de lange kanten een randje van twee centimeter om, met een liniaal, dan wordt de vouw recht. Die omgevouwen randjes plak je plat tegen de twee helften; op de smalle kant van karton houdt lijm namelijk vrijwel niets. Er blijft dan een rand van acht centimeter over, en zo dik wordt de kop.
Werk met korte stukken van een centimeter of tien, die volgen de bochten veel makkelijker dan één lange strook. Zet elk stuk eerst met plakband vast en lijm het daarna pas.
Laat de onderkant van de hals open. Dat is straks de deur voor het cadeau.
Prop een paar kranten in de kop, vooral in de neus, en plak de naden af met plakband. Een neus die een beetje bol staat scheelt enorm, want een platte neus laat toch zien dat het karton is. Houd de hals leeg, daar moet het cadeau nog in.
Beplak de hele kop met bruin papier of verf hem in twee lagen. Laat hem daarna echt drogen, ook al ziet hij er na tien minuten al droog uit. Wil je Ozosnel maken, gebruik dan crèmewitte verf en houd de neus iets lichter.
Nu de manen. Je hebt er meer wol voor nodig dan je denkt: reken op honderd tot honderdvijftig draden van dertig centimeter. Die knip je zo: wikkel de wol een stuk of zestig keer om een stuk karton van vijftien centimeter en knip er aan één kant dwars doorheen. Klaar zijn je draden, allemaal even lang.
Leg ze per vijf dubbel, smeer een streep lijm van een centimeter of tien langs de nek en druk de vouwen erin. Doe telkens een klein stuk, anders is de lijm al aan het opdrogen voor je er bent. Begin onderaan en werk naar boven, dan vallen de lagen over elkaar heen zoals bij een echt paard.
Wil je het zeker weten: plak over de rij vouwen een smalle strook karton, als een kam. Die houdt de wol vast, ook als de lijm het laat afweten.
Knip twee oren uit karton, driehoekjes met een randje eraan dat je omvouwt. Plak ze met dat randje op de kop, iets naar voren gericht. Een paard met oren naar achteren is een boos paard, en dat wil je niet op pakjesavond.
Maak het af: een oog van wit papier met een zwarte stip, twee neusgaten met stift, en een halster van lint of een strook papier over de neus en achter de oren langs. Precies deze kleine dingen maken dat hij ineens leeft.
Hoe lang duurt dit echt?
Reken op een uur of drie werk, verdeeld over twee avonden. De twee kartonnen helften uitknippen kost al een half uur, de randen ertussen nog eens een half uur, en de manen zijn het echte geduldwerk: daar ben je in je eentje drie kwartier mee bezig. De verf en de lijm hebben daarna een nacht nodig.
Gebruik je papier in plaats van verf, dan hoef je niet te wachten, maar korter dan tweeënhalf uur wordt het niet. Karton uit een verhuisdoos knipt zwaar, dus laat een volwassene meehelpen als je hem groot maakt.
Weinig tijd? Doe dit
Maak hem plat. Knip één paardenhoofd uit karton, plak daar de manen op en plak dat hoofd op de voorkant van een ingepakte schoenendoos. Het cadeau zit dan gewoon in de doos.
Kost je drie kwartier en levert nog altijd een duidelijk paard op. De wol blijft het belangrijkste, dus als je ergens tijd in steekt, dan daarin.
Waar gaat het cadeau in?
Door de open onderkant van de hals, van onderaf naar binnen.
- Knip een kartonnen plaatje dat de hals afsluit en zet het vast met een lus wol. Zo valt het cadeau er niet uit als de kop wordt opgetild, en toch gaat hij zo weer open. Maak dat plaatje ruim groter dan de hals, ongeveer twintig bij twintig centimeter: dan is het meteen een voetplaat en staat de kop een stuk steviger.
- Vul de ruimte eromheen met gefrommelde kranten, anders schuift het cadeau heen en weer en raadt de ander te snel wat het is.
- Klein cadeautje? Hang het in een zakje aan de halster, alsof het paard een voerzak om heeft.
- Leg er een echte wortel bij. Dat kost niks en het is precies het soort grap dat mensen zich nog jaren herinneren. Ozosnel doet het al eeuwen zo.